Menu

Wat als?

Als je zoals ik in een rolstoel zit, wordt je op de meest uiteenlopende manieren aangesproken. Soms denk ik weleens: vraag je dit echt?

 Een paar voorbeelden:

  • Word je niet verschrikkelijk boos op het leven in je stoel?
  • Tegen mijn vader toen ik 22 was: mag hij een plakje kaas?
  • Het is zeker wel lastig om seks te hebben? Want jij kunt niet alle standjes en een stijve lukt zeker ook niet?
  • Wat doe je voor werk? Zeker iets licht administratiefs?
  • Ga je weer naar het schooltje jongen?
  • Bij alles wat je verteld wordt: Snap je dat?
  • Je ziet wel dat jij niet dom bent!
  • Jij hebt het makkelijk, jij kan de hele dag zitten! Kunnen we niet ruilen?

Mensen die mij kennen weten dat ik het graag luchtig en als het even kan met humor oplos.  De laatste is mijn persoonlijke favoriet in dat opzicht. Aangezien bijna alleen maar mannen deze domme opmerking maken, vind ik het leuk om te antwoorden: best joh, wel even met je vriendin overleggen he! Als zij geen bezwaar heeft dat we ruilen vind ik het best! Het feit dat ze MIJ dan raar aankijken, maakt mijn dag helemaal goed!

De eerste vind ik ook een mooi voorbeeld. Of ik nooit boos word op het leven in mijn stoel. Een beetje onhandig geformuleerde vraag. Want ik denk dat iedereen weleens boos wordt op het leven, daar heeft een stoel niet veel mee te maken. Maar goed, ik was vrij goed in begrijpend lezen op school dus begrijpend luisteren lukt ook wel. Ik vertaal dit dan maar als: ben je nou nooit boos op je handicap en staat het je niet in de weg om echt gelukkig te zijn?  Het antwoord op het eerste deel van de vraag is ja. Er zijn zat momenten dat ik mijn uitdagingen weleens beperkend vind en dus boos word. Ik kan een heel lijstje gaan opnoemen wanneer dat het geval is, maar dat lijkt mij overbodig. Het is ook zo dat ik automatisch weleens denk: was is maar normaal geboren, dan kon ik lopen en dan……

Deze gedachte komt in de buurt van het verwachte antwoord op de vraag. Mensen zien mij soms letterlijk worstelen met dingen. (zittend een jas aantrekken bijvoorbeeld) of stellen zich voor hoe het moet zijn om met een beperking te leven.  Ik snap wel dat ze dan denken dat ik gelukkiger zou zijn zonder handicap.  Zonder handicap zou ik immers meer voldoen aan de maatschappelijke norm, in een maatschappij die voornamelijk is ingericht voor twee lopende voeten en niet voor vier  rollende wielen. Als dat automatisch betekent dat je gelukkiger bent, dan denk ik dat ik gelukkiger zou zijn zonder handicap. Net zoals dat jij dan gelukkiger zou zijn als je wel die studie had afgemaakt, nooit was gescheiden, wel/niet voor die ene baan had gekozen of vul zelf maar iets in.

De werkelijkheid ligt volgens mij anders.  Wanneer wij worden geconfronteerd met de negatieve gevolgen van wie wij zijn of welke keuzes wij hebben gemaakt, zijn we uiteraard geneigd te denken dat we het beter zou zijn als het anders was gelopen. Hoe logisch dat ook klinkt, we zien daarbij iets belangrijks over het hoofd. We zien alleen de negatieve gevolgen. Daarbij kunnen alleen beredeneren hoe de andere kant zou zijnwe zullen nooit weten hoe het is.
 
Zo heb ik vaak beredeneerd hoe mijn leven zou zijn als ik kon lopen. Het is gek genoeg altijd een prachtig en onbezorgd leven. Nog gekker: Het is mijn huidige leven, maar dan beter! Zeg maar mijn huidige leven, aangevuld met de kansen die ik nooit heb geraapt omdat ik niet  kon bukken.  Er was een periode dat ik zo vaak op deze manier redeneerde, dat ik echt dacht dat mijn leven minder waard was in een rolstoel, ik zag allemaal mooie kansen buiten mijn bereik.  Als je daarbij de opmerkingen aan het begin van deze column leest, lijkt het er ook op alsof de maatschappij er ook zo over denkt.

Wat ik tijdens mijn oeverloze droomsessies gemakshalve vergat, was dat mijn handicap zo bepalend is in mijn leven dat mijn hele leven anders was gelopen als ik gewoon was geboren. Ik had bijvoorbeeld andere vrienden, want ik was dan niet naar deze school gegaan die een lift had. Ik maakte hele andere keuzes. want ik had andere mogelijkheden. Misschien was ik er zelfs al niet meer omdat ik een gevaarlijke hobby had, die ik nu niet kan uitoefenen.  Zo beredeneerd is mijn handicap misschien juist van onschatbare waarde en heeft het onbedoeld juist heel erg bijgedragen tot mijn geluk.  Want juist die vriendschappen maken mij zo gelukkig!  Het enige wat ik kan zeggen is dat ik zonder handicap niet zo gelukkig zou zijn als nu. Of dat betekent dat ik anders gelukkiger zou zijn of juist niet zal ik nooit weten. Maar wat maakt het uit, ik weet dat ik nu gelukkig ben en daar gaat het om!

Iedereen die zich herkent in oeverloze droomsessies over een beter leven als hij/zij anders was geweest of andere keuzes had gemaakt daag ik uit om zichzelf de volgende vraag te stellen: Kun je echt met zekerheid zeggen dat het in andere gevallen beter was geweest?  Er zijn vast gevallen waarbij het antwoord duidelijk JA is. Toch hoop ik dat je ook dan zult merken dat negatieve consequenties zich sneller en vaker aandienen dan mooie, positieve eigenschappen. Daar moet je naar zoeken, je moet het willen zien en ze koesteren. Dat kost meer moeite dan balen van de negatieve dingen. Gek genoeg geeft het uiteindelijk ook meer energie!

Wanneer je, je dit eenmaal beseft vind je misschien net als ik de kracht om te accepteren wie je bent en vrede te hebben met de keuzes die je hebt gemaakt. Dit houdt niet in dat je nooit meer mag en zal balen. Maar als je voelt en dat het gaat om balans, zal je die ook snel weer terugvinden! Komt die balans er niet, dan verschijnen er hopelijk toch wat lichtpuntjes in moeilijke tijden!